Tekstvak:  De kompaskoers.

Stel dat je met een schip een zeestraat moet oversteken. Je wilt hierbij van A naar B varen. Je hebt te maken met een zeestroming van 2 kts (knopen, of zeemijl per uur). Zie de figuur.

Het schip vaart met een snelheid van 8 kts.

De positie van A:

65o 43,384 N en 18o 15,283 E.

De positie van B:

66o 28,416 N en 19o 5,408 E.

Gevraagd: Wat is de koers die het schip moet varen en hoelang doet het schip over de overtocht? (het gaat om de koers die je afleest op je kompas)

Figuur 1.

Opmerkingen:

1.    Als je je berekeningen maakt mag je aannemen dat de aarde plat is. Bij zulke korte afstanden hoeft je geen rekening te houden met de bolling van de aarde. (Dit geeft een zeer kleine afwijking.)

2.    1 minuut bij de positie geeft een afstand van 1 zeemijl (NM).

3.    Je hoeft geen rekening te houden met een afwijking van het aardmagnetischveld. (De variatie.)

Oplossing: We rekenen eerst de posities om in minuten.

A:

Noord minuten.

Oost minuten.

B:

Noord minuten.

 
Oost minuten.

Verticaal afstandsverschil is:

De lijn plaats B plaats c ligt op

een breedtecirkel bij 66o28,416.

We moeten rekening houden met de verkorting

van de breedtecirkel waarop deze lijn

ligt. (factor = cos(breedtegraden)

Horizontaal afstandsverschil is:

We passen nu een afronding toe.

Figuur 2.

 
Helaas is 336o niet de koers die

moet worden aangehouden op

het kompas. We moeten reke-

ning houden met de stroming.

Dit is in figuur 1 en 3 afgebeeld.

Van ∆ABC is nu bekend:

Richting en grootte van AB.

Grootte van AC.

Richting van BC.

De grootte van BC en de

Richting van AC kunnen we

nu berekenen met de

sinusregel de andere grootheden

van ∆ABC .

Antwoord:

Er moet rekening gehouden worden met een vaartijd van 6 uur, bij een kompaskoers van 322o.