De wet van Snellius.

 

Een lichtstraal moet van A naar C.

Het eerste deel van haar tocht gaat ze door een optisch doordringbaar materiaal, bijvoorbeeld lucht, met een snelheid van 4 afstandseenheden per tijdseenheid.

Dan komt ze in een andere stof met een grotere optische dichtheid, bijvoorbeeld water. Daardoor wordt haar snelheid teruggebracht tot 3 afstandseenheden per tijdseenheid. Zie ook de figuur hier beneden. A(20, 10) en  C(0, 10).

Nu heeft licht de eigenschap dat zij zo snelmogelijk van A naar B gaat. Bepaal met differentiaal rekenen waar B ligt.

 

 

 

Met de stelling van Pythagoras  berekenen we:

          

 

Tijd = afstand / snelheid, dus:

           

 

 

 

A

C

 

Uit (A), (B) en (C) volgt:

Dit is de natuurkundige wet voor de brekingsindex van licht. Dit licht passeert een overgang van een optisch minder dichte stof  naar een optisch dichtere stof. De brekingsindex is dan groter dan 1.

De wet van Snellius.