Een ander vraagstuk kiezen, ga terug naar "Voorbeeld opgaven".

In de wetenschapsquiz stond een vraagstuk dat geschikt is voor havo 5, of VWO 5 wiskunde A.

De vraag luidde:

Je gooit een aantal keren met een dobbelsteen.
Welk van de volgende uitkomsten maakt de meeste kans?

Dat je in 6 worpen minstens eenmaal een zes gooit.
Dat je in 12 worpen minstens tweemaal een zes gooit.
Dat je in 18 worpen minstens driemaal een zes gooit.

Oplossing:

1.  In 6 worpen minstens eenmaal een zes is hetzelfde als, bij elk van de 6 worpen niet eenmaal geen zes.


We passen nu de Complementsregel toe.

𝑃
 

 

2.   In 12 worpen minstens eenmaal een zes is hetzelfde als de ontkenning van onderstaande uitspraak.

Bij elk van de 12 worpen geen zes, of bij elk van de 12 worpen precies eenmaal precies een zes.




We passen nu de Complementsregel toe.

 

 

3.   In 18 worpen minstens tweemaal een zes is hetzelfde als de ontkenning van onderstaande uitspraak.

Bij elk van de 18 worpen geen zes, of bij elk van de 18 worpen precies eenmaal precies een zes, of bij elk van 18 worpen precies tweemaal een zes






We passen nu de Complementsregel toe.

 

Conclusie: De meeste kans heeft antwoord a.

Alternatieve oplossing m.b.v de GR:

a.  

b.  

c.  

 

Conclusie: De meeste kans heeft antwoord a.

Een ander vraagstuk kiezen, ga terug naar: "Voorbeeld opgaven".